top of page
Zoeken

Als je twee totaal verschillende kinderen hebt… en toch hetzelfde ziet


Bij ons thuis is het regelmatig gedoe tussen de jongens. Ze zijn totaal verschillend. En toch ook weer niet.


De één lijkt overal doorheen te vliegen. School gaat makkelijk, werk ook. Hij stuurt op z’n negentiende collega’s aan en regelt z’n eigen geld. Soms kijk ik ernaar en denk ik: hoe dan?


En de ander zit compleet anders in elkaar. Begaafd, maar niet passend in hoe school werkt. Mavo gedaan, nu mbo. En je merkt aan alles: dit klopt gewoon niet. Het is te makkelijk, het boeit hem niet, maar dat vertaalt zich niet in gedrag waar iemand iets mee kan.


En daar ontstaat het gedoe. De jongste snapt niet waarom zijn broer zo laks doet en zegt daar wat van. De oudste klapt erop. En ik zit ertussen.


Na een dag werken wil ik gewoon rust. Geen strijd, geen discussie. Gewoon even ademhalen. Maar die ruimte is er niet altijd. Dus roep ik dingen als: “hou op” of “doe normaal”.


En terwijl ik dat zeg, weet ik eigenlijk al dat het niks oplost.

Sterker nog, ik heb ook momenten gehad waarop het me gewoon teveel werd. Dat ik iets door de kamer gooide. Niet mijn beste moment. En ook totaal niet helpend.


Dit soort momenten gaan bijna nooit over wat er aan de oppervlakte gebeurt.

Het gaat niet over die ene opmerking. Niet over dat ene conflict. Het gaat over iets wat daar weer onder zit.

Over niet gezien worden. Over frustratie die zich opstapelt. Over het gevoel dat je niet begrepen wordt in hoe jij denkt of werkt.


En dat zie ik niet alleen thuis. Dit zie ik elke dag in mijn werk.


We zijn geneigd om gedrag te corrigeren. Om te sturen, te helpen, oplossingen aan te dragen. Maar als we niet afstemmen op wat eronder zit, blijven we aan de buitenkant werken. En dan verandert er eigenlijk niks.


Twee uitersten, dezelfde behoefte


Wat ik interessant vind, is dat dit niet alleen speelt bij jongeren die vastlopen. Ik zie het ook aan de andere kant. Bij jongeren die juist “voorlopen”. Die snel denken, veel aankunnen, waarvan we verwachten dat ze het zelf wel redden. Daar gebeurt iets soortgelijks.

Ze worden minder begeleid. Minder bevraagd. Minder gezien in wat er onder hun gedrag zit. Want: “die kan het toch wel?” En precies daar gaat het mis.


Want of een jongere nou meer tijd nodig heeft, of juist sneller gaat, in de basis verandert er niks aan wat ze nodig hebben. En dat is afstemming. Iemand die naast ze gaat staan en zegt: ik wil begrijpen hoe jij werkt.

In plaats van: zo moet het.


Wat ik anders ben gaan doen


Thuis probeer ik dat ook. Niet altijd perfect. Absoluut niet. Ik ben ook gewoon mens. Maar ik ben wel bewuster.


Ik weet beter wat ik kan doen om weer rust te creëren: Even eruit stappen. Met één van hen gaan lopen. Niet meteen oplossen, maar eerst luisteren.

En dan hoor je ineens andere dingen. Dan gaat het niet meer over die ene ruzie. Maar over wat eronder zit.


En dat verandert iets. Niet omdat het ineens rustig is. Maar omdat er weer contact is. En dat is uiteindelijk waar het begint.


Niet bij gedrag.

Maar bij verbinding.


 
 
 

Opmerkingen


HIGH FIVE poster
  • facebook
  • twitter
  • linkedin
  • facebook
bottom of page