top of page
Logo Raak wit door Add Valore.png

Waarom doet mijn kind zo?

Misschien kijk je naar een beschermingsstrategie van het zenuwstelsel

Hij begint te discussiëren zodra je iets vraagt. Of juist niet, hij sluit zich op in zijn kamer en wil niet meer naar school. Ze zegt overal "maakt me niet uit", terwijl je weet hoeveel het haar wél uitmaakt. Hij probeert iedereen tevreden te houden, of doet juist overdreven stoer.


Aan de buitenkant lijken dit heel verschillende gedragingen. Maar diep vanbinnen kunnen ze allemaal dezelfde vraag stellen: ben ik hier eigenlijk wel veilig?


In een vorig blog schreef ik over het verschil tussen hoogsensitiviteit en wat ik zelf hooggevoeligheid noem: een zenuwstelsel dat door ervaringen voortdurend alert is geworden. In deze blog kijken we naar de manier waarop zo'n zenuwstelsel zichzelf probeert te beschermen en waarom dat begrijpen alles verandert in hoe je je kind kunt helpen.


Je zenuwstelsel kiest niet bewust


Wanneer je zenuwstelsel veiligheid ervaart, is er ruimte om te leren, om nieuwsgierig te zijn, om fouten te maken, om echt contact te maken. Maar zodra veiligheid ontbreekt, verschuift de aandacht. Niet naar leren, maar naar overleven.


Dat gebeurt niet bewust. Stephen Porges beschrijft in zijn polyvagaaltheorie hoe ons zenuwstelsel voortdurend, buiten ons bewustzijn om, inschat of een situatie veilig, gevaarlijk of levensbedreigend is. Dat proces heet neuroceptie. Het gaat razendsnel, en het gaat vooraf aan elke bewuste gedachte. Je kind kiest dus niet voor discussiëren, blokkeren of aanpassen. Zijn zenuwstelsel kiest, binnen een fractie van een seconde, de strategie waarvan het ooit heeft geleerd dat die het beste werkte.


En juist daarom is gedrag vaak logisch. Ook al begrijpen we het niet direct.


In mijn dertig jaar ervaring in onderwijs en begeleiding zie ik dit patroon steeds terug, juist bij hoogbegaafde jongeren. Hun brein is snel, hun gevoel is intens, en hun zenuwstelsel registreert onveiligheid vaak eerder en heviger dan bij leeftijdgenoten. Dat maakt hen niet lastig. Het maakt hen kwetsbaar op een manier die vaak over het hoofd wordt gezien.



Fight : "Ik ga de strijd aan"


Sommige jongeren gaan in de aanval. Ze discussiëren, corrigeren de docent, worden boos, verzetten zich tegen regels. Niet omdat ze lastig willen zijn, maar omdat hun zenuwstelsel controle probeert terug te krijgen.


Herkenbaar voorbeeld: je vraagt of het huiswerk af is, en binnen drie seconden zit je in een welles-nietesdiscussie over de zin van school in het algemeen. Niet omdat je kind geen huiswerk wil maken, maar omdat de vraag als een aanval voelde, en aanvallen worden beantwoord.


Flight: "Ik moet hier weg"


Vluchten betekent lang niet altijd letterlijk wegrennen. Sommige jongeren vluchten in perfectionisme: alles moet kloppen, niets mag fout. Anderen vluchten in gamen, in eindeloos scrollen, of blijven juist non-stop bezig met sport, huiswerk of hobby's. Altijd presteren, altijd doorgaan. Stilzitten voelt onveilig, want in de stilte komt vaak het gevoel naar boven dat ze proberen te ontlopen.


Herkenbaar voorbeeld: je kind maakt elk werkstuk drie keer over, tot diep in de avond, terwijl het resultaat allang voldoende was.


Freeze: "Ik kan niets meer"


Dit zie ik misschien wel het vaakst bij hoogbegaafde jongeren. Een leerling die de stof kent, maar tijdens de toets volledig blokkeert. Of uren naar zijn huiswerk kijkt zonder te beginnen. Niet omdat hij niet wil, maar omdat zijn zenuwstelsel tijdelijk geen ruimte meer ervaart om te denken.


Bessel van der Kolk beschrijft hoe langdurige stress het vermogen om helder te denken en te plannen letterlijk beperkt: de delen van het brein die verantwoordelijk zijn voor overzicht en concentratie schakelen terug zodra het zenuwstelsel op alarm staat. Wat er dan uitziet als onwil of motivatiegebrek, is in werkelijkheid een systeem dat tijdelijk op de rem staat.


Herkenbaar voorbeeld: je kind zit al een uur met een leeg werkblad voor zich, weet het antwoord waarschijnlijk wel, maar komt simpelweg niet in beweging.


Fawn: "Als ik me aanpas, ben ik veilig"


Deze reactie wordt vaak over het hoofd gezien, juist omdat hij zo weinig problemen lijkt te geven. Het zijn de jongeren die braaf zijn, die nooit lastig zijn, die voortdurend rekening houden met anderen en hun eigen behoeften wegstoppen. Aan de buitenkant lijkt alles goed te gaan. Van binnen raken ze zichzelf langzaam kwijt.


Herkenbaar voorbeeld: je kind zegt altijd dat het prima gaat, past zich aan bij elke vriendengroep, en jij merkt pas jaren later hoe moe dat voortdurende aanpassen hem heeft gemaakt.


Flock: "Als ik erbij hoor, ben ik veilig"


Hoogbegaafde jongeren vertellen mij regelmatig dat ze maar normaal doen. Dat ze niet zeggen wat ze echt denken. Dat ze expres geen tienen meer halen. Niet omdat ze minder kunnen, maar omdat erbij horen soms belangrijker voelt dan jezelf zijn. Hun zenuwstelsel kiest voor verbinding, zelfs wanneer dat ten koste gaat van hun eigen ontwikkeling.


Herkenbaar voorbeeld: je kind haalt op de basisschool moeiteloos hoge cijfers, maar zakt in de brugklas plotseling terug naar een zesje, zonder duidelijke reden.


Misschien herken je jouw kind


Misschien zie je één reactie. Misschien meerdere. Misschien wisselt het zelfs per situatie, per dag, per leerkracht. Dat is niet vreemd. Ons zenuwstelsel kiest steeds opnieuw de strategie die op dat moment de meeste veiligheid lijkt te bieden.


Daarom kijk ik anders naar gedrag


Wanneer een jongere schreeuwt, zie ik niet alleen boosheid. Wanneer een jongere blokkeert, zie ik niet alleen motivatieproblemen. Wanneer een jongere pleast, zie ik niet alleen een lief karakter. Ik vraag mezelf steeds opnieuw af: welke strategie gebruikt dit zenuwstelsel om veilig te blijven?


Peter Levine, grondlegger van Somatic Experiencing, leert dat herstel niet begint bij het bestrijden van gedrag, maar bij het herkennen en begeleiden van de reactie van het zenuwstelsel zelf. Want zodra we die vraag durven stellen, verandert ook onze begeleiding. Dan stoppen we met het bestrijden van gedrag, en beginnen we met het herstellen van veiligheid.


Je staat hier niet alleen in


Als ouder zie je dit gedrag van dichtbij, dag in dag uit, en dat is zwaar. Je hoeft dit patroon niet alleen te ontrafelen.


Binnen RAAK Talentbegeleiding breng ik dertig jaar ervaring in het onderwijs en de begeleiding van hoogbegaafde jongeren samen met kennis over het zenuwstelsel, lichaam en gedrag. Niet om nóg een label te plakken, maar om samen met jou en je kind te ontdekken welke strategie er speelt, en vooral: wat er nodig is om weer veiligheid te voelen. Soms is dat een gesprek. Soms werk met beweging en lichaamsbewustzijn. Soms een andere aanpak thuis of op school. Altijd op maat, en altijd vanuit begrip in plaats van correctie.


Tot slot


Misschien is gedrag niet het probleem. Misschien is gedrag de oplossing die het zenuwstelsel ooit heeft bedacht. En misschien begint echte ontwikkeling daarom niet met nóg meer oefenen, corrigeren of motiveren, maar met een omgeving waarin een jongere weer mag ervaren: ik ben veilig, ik mag mezelf zijn.


Herken je je kind in dit verhaal en wil je weten wat er voor jullie mogelijk is? Neem gerust contact op via RAAK Talentbegeleiding.


Opmerkingen


bottom of page