Hoogbegaafd en opgebrand: hoe komt het dat slimme kinderen vastlopen?
- RAAK Talentbegeleiding

- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen

Hij is zó slim… maar we zijn hem kwijt.”
Dat is waar zijn ouders mee binnenkwamen. Niet boos, niet gefrustreerd, maar moe. Je zag het in alles. De lange adem die al zo lang nodig is. Het zoeken, proberen, aanpassen en toch het gevoel hebben dat je je kind niet echt bereikt.
Siem zat ernaast. Schouders iets naar voren, blik half afgewend. Superslim, dat zag je meteen. Maar ook leeg. Alsof er continu iets van hem gevraagd werd wat hij niet meer kon geven.
Op de basisschool liep hij al vast. Niet omdat de stof te moeilijk was, juist het tegenovergestelde. Hij kreeg een aangepast programma, kwam halve dagen naar school. Dat werkte, enigszins. Niet omdat hij minder aankon, maar omdat de belasting anders lag.
Want wat hem uitputte, zat niet in het leren zelf. Het zat in alles eromheen.
Het wachten op de groep die nog niet zag wat hij allang doorhad. De vragen van klasgenoten waarvan hij dacht: hoe kun je dit niet snappen?
Je zag hem dan met zijn ogen rollen, een diepe zucht. Voor de buitenwereld misschien klein gedrag, maar van binnen vrat het. Elke keer weer.
En thuis kwam dat eruit.
Een Siem die klaagde. Over anderen. Over hoe langzaam het ging. Over hoe onlogisch het allemaal was. Ouders die luisterden, probeerden te begrijpen, maar tegelijkertijd voelden: we krijgen hier geen grip op. Want hoe help je je kind omgaan met iets wat voor hem zó vanzelfsprekend voelt?
De overstap naar de middelbare school leek een nieuwe kans. Een VWO-klas speciaal voor hoogbegaafde leerlingen, meer onderwijs op maat, meer uitdaging, meer gelijkgestemden. Op papier precies wat hij nodig had.
En ergens klopte dat ook.
Maar zijn zenuwstelsel dacht daar anders over.
Want ook al sloot het niveau beter aan, zijn systeem stond al zo lang ‘aan’ dat het niet zomaar terugschakelde. De prikkels bleven binnenkomen. De verwachtingen. De sociale dynamiek. Het continu moeten afstemmen.
Hij raakte niet achter op inhoud.
Hij raakte uitgeput op alles eromheen.
En thuis bleef dat zichtbaar. Een jongen die zich terugtrok op zijn kamer, ging gamen met vrienden over de hele wereld. Het leek ontspanning, maar eigenlijk ging de stroom gewoon door. Ook daar interactie, prikkels, sociale input. Geen echte rust. Geen herstelmoment waarop zijn systeem kon zakken.
Wat je dan ziet, lijkt op afhaken. Minder naar school willen, minder energie, minder motivatie.
Maar wat eronder zit, is iets anders.
Overbelasting. Uitputting. Een brein dat continu op volle toeren draait.
Zoals Erik Scherder beschrijft, kost denken energie en hoe intensiever dat denken, hoe groter de belasting. Bij kinderen zoals Siem stopt dat denken niet na een schooldag. Het gaat door, in alles wat ze zien, horen en voelen.
En als daar te weinig echte rust tegenover staat, raakt het systeem uitgeput.
Volgens Jelle Jolles heeft het brein juist in zulke situaties kleine, haalbare succeservaringen nodig om weer in beweging te komen. Niet groot, niet alles tegelijk, maar stap voor stap. Ervaren dat iets lukt, dat het behapbaar is, dat er weer grip komt.
En daar ligt vaak de sleutel.
Niet in forceren. Niet in “je moet gewoon weer gaan”. Maar in samen kijken: wat is nu wél haalbaar? Waar ligt de eerste stap? Wat geeft een klein beetje lucht?
Voor Siem betekende dat dat we niet keken naar volledig terug naar school, maar naar stukjes. Naar momenten waarop het wél ging. Naar het opnieuw opbouwen van vertrouwen in zijn eigen systeem.
En misschien nog wel belangrijker: erkenning dat hij niet lui was. Dat hij niet moeilijk deed. Maar dat hij simpelweg te lang te veel had gedragen.
High Five was voor hem een startpunt. Zo ontdekte hij hoe zijn lichaam reageert op spanning en hoe hij dat zelf kan reguleren. En altijd met de "hoe dan?" -vraag in gedachten. Het snappen nadat hij het gevoeld heeft.
Dit soort processen zijn niet snel. En ze raken niet alleen het kind, maar het hele gezin. Ouders die voortdurend schakelen, op hun tenen lopen, zoeken naar wat helpt terwijl hun eigen energie ook onder druk staat.
Daarom begint het vaak niet met een oplossing, maar met begrijpen wat er écht speelt.
Herken je dit? Dat je kind moe is, zich terugtrekt, terwijl je weet hoeveel er in zit? Dan kan het zijn dat je niet kijkt naar een gebrek aan motivatie, maar naar een systeem dat overbelast is geraakt.
Neem gerust contact op om te zien hoe we elkaar kunnen ondersteunen.




Opmerkingen