Ik ben hoogbegaafd: waarom het niet altijd een voordeel voelt
- RAAK Talentbegeleiding

- 5 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Soms voelt het alsof ik weer in mijn dagboek schrijf. Alsof ik terugga naar dat meisje van vroeger, de jongste van drie, die eigenlijk nooit helemaal haar plek leek te vinden. Mijn zussen hadden allebei iets stevigs, iets vanzelfsprekends. De één ouder en wat verder weg, de ander dichtbij, stoer en goed in leren. En ik zat daar een beetje tussenin. Slim, dat ook, maar vooral gevoelig. Alles kwam binnen.
Emoties gingen niet in kleine golfjes, maar in volle golven die elkaar in hoog tempo opvolgden. Voor ik kon schrijven, vertelde ik mijn verhalen aan mijn poppen. Later schreef ik ze op, omdat dat de enige plek was waar alles mocht bestaan.
Als roodharig meisje viel ik op, en dat was niet altijd in mijn voordeel. Het waren geen grote dingen, maar juist die kleine opmerkingen, die blikken, die zich opstapelden en iets bevestigden wat ik al voelde: ik ben anders. En dus ging ik op zoek naar manieren om toch gezien te worden. Door mijn best te doen op school, door goede cijfers te halen, door lief te zijn, door cadeautjes te kopen van mijn zakgeld. Kijk mij eens. Zie je mij?
Leren ging me makkelijk af, en dat gaf houvast. Maar dat gevoel van er niet echt bij horen bleef. Niet op school, niet thuis. En dus deed ik wat ik al vroeg had geleerd: ik paste me aan. Op de middelbare school ging dat een tijd goed. Ik hield me staande, deed wat er verwacht werd en legde de lat voor mezelf hoog. Tot het moment kwam dat het niet meer lukte. Dat het te veel werd, dat mijn hoofd overliep en ik niet meer wist hoe ik alles bij elkaar moest houden. Voor het eerst liep ik vast, en dat kwam hard binnen. Niet alleen omdat het niet lukte, maar vooral omdat ik me niet begrepen voelde.
Dat aanpassen bleef een rode draad. In mijn studie, in mijn werk, in hoe ik me verhield tot anderen. Ik hield mezelf in, sprak mijn ideeën niet uit, omdat ze te groot of te anders voelden. Ik wilde niet opvallen, dus bleef ik binnen de lijntjes. Tot mijn lichaam daar voor het eerst een grens trok. Ik werd ziek en belandde in het ziekenhuis, waar ik maanden moest blijven. Achteraf gezien was dat het moment waarop alles stil werd gezet, omdat ik zelf niet meer kon stoppen.
Toen ik weer verder ging, deed ik dat op de enige manier die ik kende. Doorgaan. Aanpassen. Totdat ik moeder werd.
Mijn oudste zoon liet me iets zien wat ik ergens al wist, maar nog nooit zo helder had gezien. Hij was slim, gevoelig, rechtvaardig en intens. En hij liep vast. Niet omdat hij het niet kon, maar omdat hij de wereld op een manier beleefde die niet altijd paste bij wat er van hem werd gevraagd. Hij voelde onrecht, kwam op voor anderen en begreep niet waarom dat niet altijd gewaardeerd werd. Ik zag hem veranderen. Ik zag hem kleiner worden. En ergens herkende ik dat.
Toen hij werd getest en er een disharmonisch profiel uitkwam, viel er iets op zijn plek. Hij kon het wel bedenken, maar wist niet hoe hij het moest uitvoeren. En op dat moment wist ik: dit gaat niet alleen over hem.
Ik herkende mezelf in alles. In het aanpassen, in het niet op willen vallen, in het feilloos aanvoelen van sferen, in die intensiteit die nergens heen leek te kunnen. Dat was het moment dat ik me ben gaan verdiepen in hoogbegaafdheid. Niet vanuit een label, maar vanuit een zoektocht naar begrip.
Wat ik ontdekte, veranderde alles. Niet omdat ik ineens iemand anders werd, maar omdat ik begon te begrijpen hoe ik werkte. Dat mijn gevoeligheid geen zwakte was, maar een manier van waarnemen. Dat mijn kritische blik niet lastig was, maar juist scherp. Dat wat ik als kind voelde, klopte, ook al kon ik het toen niet plaatsen.
Langzaam verschoof er iets. Van aanpassen naar afstemmen. Van pleasen naar voelen wat klopt. Ik leerde luisteren naar mijn lichaam, dat al die tijd al signalen gaf. Als iets niet goed voelt, klopt het vaak ook niet. En als het wél klopt, dan stroomt het. Dan is er energie, verbinding, richting.
Ik ben nog steeds diezelfde persoon. Gevoelig, intens, scherp. Maar ik ben het niet meer kwijt. Ik hoef het niet meer te verbergen of aan te passen zodat het in een systeem past.
Dat wil niet zeggen dat ik niet meer vastloopt, want oude patronen zijn er wel ingeslopen. Maar ik ben wel bewuster en kan sneller keuzes maken als het niet (meer) klopt.
Ik kan nu zeggen dat ik hoogbegaafd ben, niet als een label dat iets moet bewijzen, maar als een manier van zijn. Zoals Tessa Kieboom dat zo mooi beschrijft: het zit in hoe je denkt, voelt en de wereld ervaart.
En misschien is dat wel de grootste verschuiving.
Dat ik niet meer probeer ergens bij te horen. Maar dat ik er gewoon mag zijn.
Herken je dit? Neem dan contact op om eens samen te sparren.




Opmerkingen