Hoogbegaafde kinderen die vastlopen: dit is wat er vaak speelt
- RAAK Talentbegeleiding

- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen

“Hij kan het makkelijk… maar het komt er niet uit.” Het is een zin die je vaak hoort, en ergens voelt hij niet helemaal eerlijk. Want als je goed kijkt, zie je geen kind dat niets doet. Je ziet een kind dat stilvalt. Alsof er iets blokkeert op het moment dat het van denken naar doen moet gaan.
Ik leg het vaak zo uit: je hebt te maken met een razendsnelle computer, maar een trage printer. In het hoofd gebeurt alles tegelijk. Ideeën, verbanden, oplossingen: het ene nog sneller dan het andere. Het kind ziet het eindresultaat al voor zich, soms nog voordat de uitleg überhaupt is afgerond. Maar zodra het eruit moet komen, op papier of in actie, stokt het. De printer kan het tempo niet bijhouden. En hoe langer dat duurt, hoe groter de frustratie wordt.
Als je naar onderpresteren kijkt, zit de oorzaak bijna nooit in “geen zin hebben”. Het zit in alles wat er onder die stilstand gebeurt. Een belangrijk stuk daarvan zijn de executieve functies. Volgens Jelle Jolles zijn dat de vaardigheden die ervoor zorgen dat je van idee naar uitvoering gaat. Denk aan plannen, overzicht houden, starten, bijsturen. Die ontwikkeling loopt nog, zeker bij kinderen en pubers. Bij hoogbegaafde kinderen zie je vaak dat hun denken al veel verder is, terwijl deze vaardigheden nog in ontwikkeling zijn. De computer draait dus op volle toeren, maar de printer heeft simpelweg meer tijd nodig.
Daar komt perfectionisme bij, iets wat bij veel van deze kinderen diep zit. Als je in je hoofd precies ziet hoe iets moet worden, is het lastig om genoegen te nemen met een eerste stap die daar nog niet bij in de buurt komt. De lat ligt hoog, vaak zonder dat iemand die expliciet heeft opgelegd. Dat maakt beginnen ingewikkeld. Want wat als het niet goed genoeg is? Dan voelt uitstellen veiliger dan starten.
Ook eerdere ervaringen spelen een rol. Kinderen die vaak horen dat ze slim zijn, koppelen daar onbewust verwachtingen aan. Dat iets vanzelf moet gaan. Dat moeite doen betekent dat het blijkbaar toch niet zo makkelijk is als gedacht. Op het moment dat iets niet direct lukt, ontstaat er spanning. En spanning zorgt ervoor dat de printer nog langzamer gaat werken, of zelfs helemaal vastloopt.
Tegelijkertijd speelt de omgeving continu mee. In een klas gebeurt veel meer dan alleen leren. Geluiden, bewegingen, blikken, sociale dynamiek , het komt allemaal tegelijk binnen. Volgens Dick Swaab verschilt de manier waarop hersenen prikkels verwerken, en bij gevoelige, snel denkende kinderen komt er vaak meer binnen en wordt er minder gefilterd. Dat betekent dat het systeem al behoorlijk vol zit voordat een kind überhaupt aan een taak begint. Als je hoofd overloopt, is starten geen kwestie van willen, maar van kunnen.
Als je al deze lagen bij elkaar ziet, wordt duidelijk waarom een kind niet in beweging komt. Er gebeurt juist heel veel. De computer maakt overuren, de printer kan het niet bijbenen en het geheel loopt vast. Wat aan de buitenkant lijkt op stilstand, is van binnen een overbelast systeem dat even geen uitweg meer ziet.
Wat helpt, is om die vertaalslag kleiner te maken. Niet alles in één keer willen, maar terug naar de eerste stap. Overzicht creëren, taken opdelen, samen beginnen zodat de drempel lager wordt. En misschien nog wel het belangrijkste: benoemen wat er gebeurt. Dat het logisch is dat het soms niet lukt. Dat het niets zegt over wat een kind kan, maar alles over wat er op dat moment gevraagd wordt.
Als je dat begrijpt, verandert er iets in hoe je kijkt. Je ziet geen kind dat niet wil, maar een kind dat even niet kan schakelen van denken naar doen. En juist daar zit de ingang. Niet door harder te duwen, maar door te zorgen dat de verbinding weer klopt. Zodra dat gebeurt, komt er ruimte. En waar ruimte ontstaat, komt beweging vanzelf weer op gang.




Opmerkingen