Mijn kind lijkt kortsluiting in zijn hoofd te hebben. Wat gebeurt er eigenlijk?
- RAAK Talentbegeleiding

- 13 jul
- 5 minuten om te lezen

Mijn kind lijkt kortsluiting in zijn hoofd te hebben. Wat gebeurt er eigenlijk?
Je stelt een simpele vraag. Of je zegt iets waar je kind gisteren nog vrolijk op reageerde. En vandaag klapt hij dicht. Of ontploft. Of staart je aan alsof je een andere taal spreekt.
Je denkt: wat gebeurt hier nou? Het lijkt wel kortsluiting in zijn hoofd.
Je hebt gelijk. Het is kortsluiting. Alleen niet in de betekenis die je misschien denkt.
Wat ouders zien
Je herkent het vast wel. Je kind loopt vast op iets kleins. Een sok die niet lekker zit. Een broodje dat net anders is dan anders. Een vraag die je al drie keer stelde.
En dan gaat het mis. Niet een beetje. Helemaal.
Je kind schreeuwt, huilt, gooit iets, of juist het tegenovergestelde: het valt helemaal stil. Ogen dicht. Niemand komt er meer in. Alsof er iemand anders voor je staat dan een uur geleden.
Achteraf snapt je kind het vaak zelf ook niet. "Ik weet niet waarom ik dat deed." Dat is geen smoes. Dat is precies wat er gebeurde: hij wist het echt niet.
Als ouder sta je erbij en voel je je machteloos. Je hebt het geprobeerd op te lossen, uit te leggen, te troosten. En niks werkte. Dat overprikkelde kind voor je is even niet meer bereikbaar met woorden.
Wat er in het brein gebeurt
Ons brein heeft een soort wachter. Die zit diep vanbinnen, in de amygdala. Die wachter checkt de hele dag: is dit veilig, of niet?
Bij een 'niet veilig' seintje trekt de wachter alle macht naar zich toe. Het denkende deel van het brein, de prefrontale cortex, gaat dan letterlijk offline. Dat is het deel waarmee je nadenkt, afweegt, plant, jezelf even in bedwang houdt.
Zodra de wachter overneemt, kan je kind niet meer redeneren. Niet omdat hij niet wil. Maar omdat het deel van het brein dat dat moet doen, tijdelijk buiten dienst is.
Dat is de kortsluiting. Niet expres. Niet gepland. Een systeem dat vastloopt onder te veel druk.
Belangrijk om te weten: dit gebeurt razendsnel en je kind stuurt het niet bewust aan. Het overkomt hem.
Waarom hoogbegaafde kinderen hier extra gevoelig voor zijn
Bij een hoogbegaafd overprikkeld kind ligt de lat voor die kortsluiting vaak lager. Niet omdat er iets mis is met hem. Maar omdat zijn systeem anders werkt.
Een hoogbegaafd brein verwerkt meer. Meer details, meer lagen, meer verbanden, tegelijk. Waar een ander kind één ding voelt, voelt dit kind vijf dingen tegelijk, en ziet hij ook nog de gevolgen daarvan, en de gevolgen van die gevolgen.
Ook de zintuigen staan vaak wijder open. Geluid, licht, stof van een trui, een geur in de klas. Dingen die voor de één ruis zijn, zijn voor dit kind een voortdurende stroom aan signalen die verwerkt moet worden.
Al dat verwerken kost energie. De hele dag. Onzichtbaar voor de buitenwereld, want vaak lijkt het kind het prima te doen. Tot het opeens niet meer gaat.
Die plotselinge omslag is geen zwakte. Het is een systeem dat de hele dag op scherp heeft gestaan, en nu de rek eruit is.
Rol van executieve functies
Executieve functies zijn de stuurfuncties van het brein. Plannen, starten, stoppen, wisselen, jezelf remmen, emoties reguleren. Het is het management van je hoofd.
Bij een kind dat vastloopt, zijn deze functies vaak nog volop in ontwikkeling, of tijdelijk overbelast. En bij hoogbegaafde kinderen zie je soms een groot verschil tussen hun denkniveau en hun executieve rijpheid. Ze kunnen ingewikkelde dingen bedenken, maar nog niet altijd zichzelf op tijd afremmen of omschakelen.
Dat verschil verwart ouders vaak. "Hij kan zo slim redeneren, waarom lukt dit dan niet?" Denken en doen zijn twee verschillende systemen. Slim zijn beschermt je niet tegen kortsluiting. Soms maakt het je juist kwetsbaarder, omdat er meer te verwerken valt.
Rol van stress
Stress is de brandstof onder de kortsluiting. Niet alleen grote stress, zoals ruzie of een moeilijke dag op school. Ook kleine, opgestapelde stress. Een drukke ochtend. Een onverwachte verandering. Een dag vol prikkels die geen van allen groot leken, maar samen wel.
Stress bouwt zich op in het lijf, niet alleen in het hoofd. Een gespannen kaak. Opgetrokken schouders. Een onrustige buik. Dat lijf voelt het eerder dan het hoofd het doorheeft.
Als die spanning niet ergens een uitweg vindt, wordt het systeem steeds gevoeliger. Tot de eerste de beste kleine aanleiding, die sok, dat broodje, genoeg is om de wachter te laten ingrijpen.
Wat helpt juist wel
In het heetst van de kortsluiting helpt uitleg niet. Praten, corrigeren, vragen "waarom doe je nou zo" bereikt op dat moment niemand. Het denkende brein is offline, dus woorden landen niet.
Wat wel helpt:
Rust in je eigen lijf. Kinderen voelen spanning bij een ander feilloos aan. Jouw kalmte is het eerste signaal van veiligheid dat het systeem van je kind weer oppikt.
Ruimte, geen druk. Even niks vragen. Even niks oplossen. Gewoon er zijn.
Lichaam voor taal. Een hand op een schouder, samen ademen, even naar buiten. Het lijf kalmeren gaat vaak sneller dan het hoofd overtuigen.
Nabespreken als het weer rustig is. Niet om te analyseren wie er gelijk had, maar om samen te snappen wat er gebeurde. "Wat voelde je vlak voordat het misging?"
Patronen zien in plaats van incidenten. Niet elke uitbarsting los bekijken, maar kijken wat er steeds aan voorafgaat. Vaak zit daar de sleutel.
Dit vraagt geduld. Je ziet niet meteen resultaat. Maar een systeem dat vaker de ervaring van veiligheid en herstel meemaakt, leert langzaam dat het niet steeds op vol alarm hoeft te staan.
Hoe RAAK kijkt naar gedrag
Bij RAAK kijken we voorbij het gedrag zelf. Een uitbarsting, een dichtklappen, een kind dat vastloopt, is nooit het hele verhaal. Het is een boodschap. We zoeken naar wat dit gedrag wil vertellen, en waar in het lijf het precies getriggerd wordt.
We kijken ook naar hoe het patroon is ontstaan. Niet om iemand iets te verwijten, maar om te snappen waarom het systeem van dit kind zo is gaan reageren. Vaak zit daar een logica in die op zijn moment heel functioneel was.
En we kijken naar waar het kind vanuit zijn intenties naartoe wil bewegen. Want achter elk gedrag zit een richting. Ook achter kortsluiting. Het kind wil iets. Contact, rust, grip, gezien worden.
Wie weet waar hij naartoe wil, die kan daar ook stappen in zetten.
Dat is waar wij bij RAAK mee werken. Niet het gedrag wegtrainen, maar het kind, en jou als ouder, weer laten aansluiten bij wat er onder dat gedrag zit. Stap voor stap, van kortsluiting naar contact.
En daar zetten we alles voor in! In de High Five training leert je kind herkennen hoe zijn lichaam reageert bij overprikkelbaarheden vanuit beweging. Hij leert hoe zijn energie werkt met Human Design en met het Enneagram spel ontdekt hij hoe hij die energie anders kan gaan inzetten en alle kanten van persoonlijk leiderschap in te zetten omdat hij zichzelf beter kent. En in de laatste fase leert hij zijn motivatie kannen vanuit de executieve vaardigheden.
In drie maanden dus heel veel vaardigheden, waarmee hij vol zelfvertrouwen kan werken aan dat waar zijn vuurtje van gaat branden en zijn staartje van kwispelt. Zodat jij weer contact hebt met je kind.




Opmerkingen